Geschiedenis van de saxofoon

De uitvinder van de saxofoon is de in 1814 in Dinant geboren Fransman Adolphe Sax. In 1815 verhuist de familie Sax naar Brussel, waar zijn vader een instrumentenwerkplaats begint. Aan het conservatorium van Brussel studeert Adolphe zang, fluit, klarinet en harmonie. Bij zijn vader in de werkplaats leert hij het instrumentenmakersvak en ontwikkeld hij zelfs een eigen systeem met 24 kleppen voor de klarinet. Voor diverse blaasinstrumenten, maar ook medische instrumenten, ontwikkeld hij steeds nieuwe technische verbeteringen. 

In 1838 wil Adolphe Sax een instrument ontwerpen die de kracht van blaasinstrumenten combineert met de speelsnelheid van strijkinstrumenten. Hij verhuist naar Parijs en in de zomer van 1842 stelt hij de Franse componist Hector Berlioz en het conservatorium van Parijs zijn uitvinding ‘de bassaxofoon’ voor. Enkele musici en niet-musici tonen belangstelling voor de uitvinding van Sax en bieden hem financiële steun aan om een saxofoonfabriek op te zetten. In 1843 richtte hij ‘Adolphe Sax & Cie’ op. Al snel bleek dat de financiële steun gebuikt werd om de geheimen van fabricatie te ontfutselen in plaats van Sax te helpen. Sax had echter zijn patenten vast laten leggen, waardoor de belangstelling weer snel verdween.

Componisten gaven Sax voldoende steun en diverse bladen schreven artikelen over het unieke nieuwe instrument. Sax demonstreert zijn saxofoon bij de Franse militaire autoriteiten en deze waren zo enthousiast dat de saxofoon werd ingevoerd in de militaire orkesten van Frankrijk.


In februari 1844 bespeelt Adolphe Sax voor het eerst in een concert de bassaxofoon in een sextet van H. Berlioz (Hymne Sacre). Een half jaar later ontvangt hij een zilveren medaille voor zijn uitvinding en de Italiaanse componist Rossini voert de saxofoon in op het conservatorium van Bologna.

Diverse modelvariaties volgen, waarvoor Sax patenten aanvraagt. In binnen- en buitenland ontvangt hij medailles en in 1857 wordt Adolphe Sax de eerste saxofoondocent aan het conservatorium van Parijs. De jaren daarop ontwikkelt Sax diverse slagwerkinstrumenten en medische instrumenten. Ter verbetering van de bekendheid van de saxofoon organiseert hij diverse concoursen en concerten. Toen de saxofoon ook in het buitenland meer en meer bekendheid kreeg schafte W.F. Wieprecht, een generaal-inspecteur van de Duitse militaire muziekkorpsen, een saxofoon aan. Hij bracht aan de saxofoon een kleine verandering toe en maakte in de Duitse bladen bekend dat hij de uitvinder was van dit instrument met als naam 'Wieprechtfoon'. Er ontstond een felle strijd tussen Wieprecht en Sax, die Sax uiteindelijk won. Als generaal-inspecteur neemt hij dan de maatregel dat er in de Duitse blaasorkesten geen saxofoonbezetting voor mag komen. Hierdoor hebben zij de saxofoons bijna 80 jaar lang verstoten van de Duitse harmonie- en fanfareorkesten. In de rest van de wereld werd de saxofoon wel opgenomen, en daarmee was het vertrouwen van Sax in zijn instrument bezegeld.

In 1878 komt Adolphe Sax in een economische crisis en worden zijn concertzaal, werkplaats en huis verkocht. Op 7 februari 1894 sterft hij in Parijs en wordt hij begraven in het familiegraf op Montmartre.